Make your own free website on Tripod.com

Bocca della Verita

In het atrium van de Sta. Maria in Cosmedin staat een marmeren masker van een watergod dat de Bocca della Verita wordt genoemd. De steen stamt ongeveer uit het jaar 100 v C. Volgens het bijgeloof zal iedereen die zijn hand in de mond steekt terwijl hij een valse eed aflegt, niet meer in staat zijn om zijn hand terug te trekken. De legende zegt ook dat hij veel werd gebruikt door echtgenoten die de trouw van hun eega wilden testen. Andere verhalen vertellen dat een priester zich verstopte achter de steen en in de pols van gekende leugenaars kneep, zodat ze het uitschreeuwden van de pijn, of gebruik maakte van een schorpioen. Er doet ook een verhaal de ronde waarom de ‘mond’ nu niet meer werkt: op een dag besloot een jaloerse en achterdochtige echtgenoot zijn vrouw te controleren. Hij liet haar haar hand in de mond steken. Het tafereel werd gadegeslagen door zeer veel toeschouwers. Terwijl de vrouw haar hand in de mond stak, sprong een man uit het publiek naar voren en begon de vrouw te kussen en te omhelzen. Men dacht dat de man gek was en men liet hem doen. In werkelijkheid was die man haar minnaar. De vrouw zei dat ze nooit door iemand anders aangeraakt of gekust was dan haar eigen man en die gek. Op die manier werd haar hand niet afgebeten, maar de ‘mond van de waarheid’ werd zo kwaad dat hij weigerde om nog verder te werken. In de oudheid werd de steen gebruikt om het Cloaca Maxima af te sluiten als een riooldeksel.

De piazza werd in het begin van de stad Rome gebruikt als marktplaats waar handel gedreven werd tussen de Romeinen en de vreemdelingen. Het latere Forum Romanum was toen nog moerasland waardoor een rivier stroomde naar de Tiber. Onder de Etruskische koningen werd het land drooggelegd en de rivier gekanaliseerd en werd daardoor het Cloaca Maxima. Op deze plaats ontstond het Forum Boarium (ossenmarkt) en het Forum Olitoium (groentenmarkt) die bezocht werd door Griekse handelaren. Onder de Sta. Maria in Cosmedin bevinden zich nog de resten van een Griekse Hercules tempel. Vanuit de markt waren er ook brugverbindingen met de andere oever: de Pons Sublicus, een houten brug maakte later plaats voor de stenen Pons Aemilius. Een overblijfsel van deze brug kan gezien worden vanaf de Ponte Palatino en staat bekend als de Ponte Rotto.

Op de oeverzijde van het plein is een park waarin zich twee goedbewaarde tempels bevinden: de Tempel van Portunus die in 872 bekend werd als de Sta Maria Egiziaca en de Tempel van Vesta omdat hij gelijkt op de de Vesta tempel die op het Forum Romanum staat. Oorspronkelijk was de tempel opgedragen aan de god Hercules Victor.

Op de oostelijke zijde van de Piazza staat een ietwat vreemde boog die in 4 richtingen open is. Hij is bekend als de ‘boog van Janus’, maar het kan zijn dat het een boog van Constantijn is, en staat pal boven de Cloaca Maxima. De boog is een vierkant waarvan op de hoeken de 4 pylonen bedekt zijn met marmer. Er zijn niches in de zuilen die vroeger beelden bevatten. Het dak dat inscripties bevatte heeft het niet overleefd maar er zijn delen van teruggevonden in een muur van de nabije San Giorgio in Velabro.

Om het plein te versieren liet Paus Clemens XI op het plein een late-barok fontein aanleggen, in 1715 ontworpen door Carlo Bizzaccheri. Twee tritons met hun staarten in elkaar verstrengeld houden een schelp op terwijl ze op een octagonale basis zitten. (Clemens XI had een achtpuntige ster in zijn wapenschild.) Het Pauselijk wapen is in de schelp gekerfd.

De Bocca della Verita, van riooldeksel tot orakel gepromoveerd.